Voortgezet vrijeschoolonderwijs
Het systeem
In Nederland kennen we een vmbo-t leerroute die 4 jaar, een havo route die 5 jaar en een vwo route die 6 jaar duurt. Het oorspronkelijke vrijeschoolleerplan ging uit van een leerroute van klas 1 t/m klas 12, van 6 tot 18 jaar. In 2000 voegen de vrijescholen VO zich in het reguliere bestel en krijgen als besturenclusters een vmbo-t, havo en vwo licentie. Het is nu zo dat de leerlingen eind 10e klas vmbo-t, eind 11e of 12e klas havo examen en eind 12e klas vwo doen. Door deze invoeging kwam er druk te staan op de eigen pedagogische leerlijn. Vaak doen de havo leerlingen pas in klas 12 examen nadat ze eerst vmbo examen hebben gedaan. Dat is voor de inspectie een legale weg. Voor de praktische stromen geldt dat de inspectie ziet dat er heel goed werk geleverd wordt op pedagogisch-didactisch gebied. Het voldoet ook aan een vraag van leerlingen en ouders. De vraag ligt nu voor of de 6 jarige havo route in stand gehouden kan worden zonder vmbo route vooraf. Wat is het vraagstuk hierin vanuit onze pedagogisch uitgangspunten. Het vrijeschoolleerplan omvat niet voor niets 12 jaar. Dit komt op een bijzondere manier tot uitdrukking in klas 11 en 12. In deze schooljaren heeft de ontwikkeling van het zelfstandig oordeelsvermogen een centrale plaats. Dat wat in de jaren daarvoor is aangelegd komt nu tot uitwerking. Maar hoe zit het dan met een leerling die een vmbo-t route volgt en na de 10e klas de school verlaat? Hoe geef je een antwoord op deze vraag bij leerlingen die meer baat hebben bij een praktische stroom? Interessante vragen waarbij we vanuit de aanpak onderscheidend kunnen zijn in onze menskundige visie.
Kwaliteit laten gelden
Hoewel vrijescholen voor voortgezet onderwijs een licentie hebben voor vmbo-t, havo en vwo zoeken vrijwel alle scholen oplossingen voor leerlingen die meer praktisch gericht zijn of leren via het doen. Dat is niet eenvoudig en levert weerstand op, omdat het niet is toegestaan leerlingen aan te nemen die geen vmbo-t curriculum volgen en hierin examen doen. Er loopt een project dat in kaart brengt hoe het ervoor staat in de praktische stromen. Met welke adviezen van het primair onderwijs komen de leerlingen binnen, hoe ontwikkelen ze zich in de vier leerjaren en waar gaan ze daarna naar toe? Hoe ziet het leerplan en de lessen tabel van de praktische stromen eruit?
Kortom, er wordt in kaart gebracht hoe het praktische stroom onderwijs eruit ziet, hoe er gewerkt wordt en wat de resultaten zijn. In de zorg voor deze groep kan een belangrijke kwaliteit van het vrijeschoolonderwijs zichtbaar worden. Ruimte scheppen voor de ontwikkeling van elk kind. De uitkomsten van dit onderzoek zullen worden besproken met de Inspectie van het Onderwijs. Gekeken wordt naar de juridische component en de (on)mogelijkheden van het voortbestaan van de praktische stromen.
Identiteit in samenhang met lifelong learning
Een vanzelfsprekende nieuwsgierigheid en belangstelling voor de omgeving is de mens eigen. In algemene zin moeten we oppassen dat deze kwaliteiten in het onderwijs afstomen of worden beperkt. Vrijeschoolonderwijs richt zich op het maximaal ontwikkelen van nieuwsgierigheid en belangstelling. Leraren in vrijescholen stellen zich voortdurend de vraag hoe ze de nieuwsgierigheid kunnen oproepen. Dan wordt leren een proces dat nooit stopt, maar hoort tot de kern van het mens zijn en in belangrijke mate bijdraagt tot een proces waarin er sprake is van lifelong learning.
Maar één kans
Het onderwijs is in guur weer terechtgekomen. Dat de bezuinigingen ook voor een deel bij de onderwijsinstellingen terechtkomen is niet onredelijk. Zorgelijker is het politieke klimaat. Steeds sterker worden de scholen afgerekend op harde resultaten. De onderwijsinspectie, publicaties in Trouw en Elsevier dragen daar aan bij. De ontwikkeling van het kind wordt gemeten in cijfers met de nadruk op een beperkt aantal (taal- en reken) vaardigheden. Het kind wordt een economisch goed. Vrijescholen proberen de jonge mens te ondersteunen in een brede, evenwichtige ontwikkeling. Ze doen dat door in de stroom een eigen koers te kiezen.


