Thema: beelden

Tijdens mijn eerste periode aan de zevende klas, had ik al snel een hoop huilende kinderen bij me. Met vooral ervaring in de bovenbouw, was ik gewend met meer realiteit en feitelijkheden mijn lessen in te richten. Al snel had ik door dat verhalen en beelden veel sterker werken dan theoretische uitleg. De leerlingen werden nu op een positieve manier geraakt en de stof kwam nu echt binnen.

Judith Weeteling, Geert Groote College Amsterdam

Inleiding

Wat Judith ervoer was de kracht van kunstzinnig onderwijs waar levendige verhalen een grote rol spelen. Waar gedefinieerde concepten en voorgekauwde theorie een verstarrende invloed kunnen hebben, wekken beelden juist interesse en enthousiasme op. Daarom worden op de vrijeschoolconcepten, begrippen en theorieën zo aangeboden dat zij beweeglijk zijn en aangevuld, aangepast en omgevormd kunnen worden. Overigens bewijzen beelden en metaforen ook in de literatuur en in kwaliteitsmedia hun kracht. Ze worden dikwijls gebruikt om lastige onderwerpen behapbaar te maken. Wanneer je met beelden werkt, zoals bij alle kunstzinnige creaties, laat dat ruimte om de betekenis en het begrip in de loop van de tijd bij te schaven. Een leerling kan zich dan eerst gevoelsmatig met het beeld verbinden voordat hij tot een oordeel komt. Zo kan een begrip meegroeien met de leerling en kan hij er steeds weer een nieuwe betekenis aan toekennen.

De rol van de leraar

Beelden werken, zoveel is duidelijk. Maar wat betekent het voor leraar wanneer leerlingen steeds nieuwe betekenis toekennen aan een begrip? Moeten wij de leerlingen sturen door nieuwe betekenissen aan te dragen of juist niet? In het voortgezet onderwijs maken we leerlingen in meer of mindere mate eigenaar van hun eigen leerproces en stimuleren we het eigen denken. Dit betekent dat je als leraar terughoudend bent in het direct uitleggen van de theorie. In plaats daarvan begeleid je leerlingen in het ontdekken van de allesomvattende concepten. Hoe je dat doet? je kunt bijvoorbeeld eerst de context schetsen waarin een bepaald concept geplaatst wordt. Zo kun je leerlingen eerst zelf de sterrenhemel laten ervaren voordat je het sterrenstelsel en de afzonderlijke sterren uitlegt. Leerlingen kunnen dan vervolgens zelf hun eigen ervaring onderzoeken. Daarbij zetten zij hun eigen denken in en verrijken zij de concepten met hun gevoelens die vanzelf naar boven komen drijven. Leerlingen verbinden zo hun eigen ervaring met het intellectuele concept dat behandeld wordt. Dit is wezenlijk anders dan concepten aan te reiken in kant-en-klare lesvorm.[1]

Om de daad bij het woord te voegen, gebruiken we voor een beter begrip een beeld uit de les van Judith. Tijdens haar les aan de negende klas stond de werking van menselijke gewrichten centraal. ‘Ik wilde dat de leerlingen gingen begrijpen hoe de bouw, de vorm en functie van zo’n gewricht precies is.’ Natuurlijk had Judith het lesboek erbij kunnen pakken en aan de hand van een schematische weergave de theorie kunnen uitleggen. Ze kwam echter op de proppen met een praktische lesopdracht waarbij de leerlingen werden uitgenodigd na te denken over de vorm en functie en de stof echt te begrijpen. ‘De opdracht was om alle gewrichten terug te vinden in niet-levende objecten. Een scharnier van een deur bijvoorbeeld als equivalent van het gewricht van een elleboog. Doordat de leerlingen de vorm en functie nu echt moesten onderzoeken, maakten ze de stof als vanzelf eigen. Soms kwamen ze zelfs met een object aan waar ik totaal geen gelijkenis met een menselijk lichaamsdeel in kon herkennen. Maar dan hoorde ik hun gedachtegang en wist ik dat deze leerling de stof voorlopig niet zou vergeten.’

Judith sprak met haar praktische opdracht het creatieve denkvermogen van de leerling aan en daagde hem uit om met veel beelden, metaforen, vergelijkingen en symbolen het concept ‘gewricht’ in al zijn facetten te begrijpen. Door de verbinding met de eigen ervaring en de wereld om ons heen, zal het het begrip blijven groeien en voor de rest van het leven door de leerling meegedragen worden.

  1. Avinson, K., & Rawson, M. (2014). The task and content of the Steiner-Waldorf curriculum. Edinburgh: Floris Books.