Het Kompas op bezoek: de vijfde klas

Het is negen uur wanneer ik zo geruisloos mogelijk het lokaal van klas 5 binnenstap. De kinderen staan achter hun stoel en zeggen net de ochtendspreuk op. Op het bord voor in de klas staat een grote tekening. Ik herken het oude Griekenland en het paard van Troje.

Na de spreuk zet de leerkracht een klapritme in. De kinderen doen haar na. Er volgt opnieuw een ritme waarbij de leerkracht ook met haar voeten stampt. De leerlingen volgen. Sommige kinderen gapen nog wat terwijl de ritmes steeds ingewikkelder worden. Maar ook de gapende leerlingen klappen de ritmes ogenschijnlijk moeiteloos na. Nu nodigt de leerkracht een kind uit dat in haar plaats een ritme voor mag doen. De jongen kiest voor een uitzonderlijk ingewikkeld stampklapritme. De kinderen lachen en proberen het ritme na te doen. De jongen voor de klas geniet.

Na het klappen en stampen zet de leerkracht een lied in. Ze wijst al zingend links en rechts groepjes kinderen aan, de kinderen vallen om beurten in. Er klinkt nu een canon ‘Land of the silver birch, home of the beaver…’.

Ik ben ondertussen gaan zitten, achterin de klas. Mijn ogen gaan langs een twintigtal kleurige schilderingen aan de wand: een samenspel van rood, geel en oranje. ‘The fire is burning, destroying and healing…’ zingen de kinderen nu. Na nog een aantal liedjes zegt de leerkracht dat de leerlingen hun periodewerk mogen pakken. Er komen grote blauwe schriften op tafel, vulpennen, stevige kleurpotloden en blokjes gekleurde was. Ik zie dat de schriften vol staan met handgeschreven teksten en rijke illustraties. Er staat ‘economische aardrijkskunde’ op het programma. Ik verwacht getallen, landkaarten en theorie maar de leerkracht houdt een katoenen blouse omhoog. ‘Dit is mijn favoriete zomer blouse’ vertelt ze. Ja de kinderen kennen hem wel. Die had juf in klas 3 al. ‘Hij is gemaakt van 100% katoen’ vervolgt de leerkracht. Dan pakt ze een katoenplant van de vensterbank. Er gaan direct vingers omhoog nog voor de leerkracht iets vertelt of vraagt. Wat volgt is een gesprek over de herkomst en fabricage van katoen. Daarbij kijken de kinderen ook bij elkaar in de kleding, op zoek naar labels.’ Ja dit is ook katoen, maar ook voor 10% viscose, dat is synthetisch’. De kinderen zijn betrokken. Ik zie dat de kinderen af en toe een zin of steekwoord op een kladblaadje zetten. Op het moment dat de leerkracht vertelt over de geschiedenis van de katoenteelt pakt ze even haar gitaar en gaat spelen: ‘The cottonfields back home’. Dit lied kennen de kinderen nog niet. Na afloop vragen ze of juf het nog een keer wil spelen.

Na het praten, luisteren en zingen vraagt de leerkracht of er iemand is die haar verhaal over katoen samen kan vatten. De kinderen kijken op hun kladblaadje en de leerkracht geeft beurten en hier en daar wat aanwijzingen en dan wordt het stil. De kinderen gaan hun eigen versie van het verhaal in hun periodeschrift schrijven. De leerkracht loopt rond en helpt de kinderen op weg bij wie het niet direct lukt.

Wanneer het tijd is om buiten te spelen vraagt een meisje mij of ik ook mee ga. ‘Natuurlijk, leuk’ antwoord ik en ik loop met het haar mee de gang op. Daar ruikt het heerlijk. ‘Dat is het brood dat bij de kleuters gebakken wordt’, legt ze mij uit. We lopen de lange gang door naar buiten. Er is iets gaande op het plein. Er drommen kinderen samen rondom een man en een vrouw. ‘Voorzichtig, houd afstand’ zegt een meester. ‘Wat gebeurt hier?’ vraag ik het meisje dat mij vergezelt. ‘Oh dat is een smid. Klas 3 is bezig met de oude ambachten en dan komt er vaak iemand langs. Ze hebben het nu over de smid.’ Tussen de kinderen door zie ik gloeiend ijzer en een man en een vrouw met leren schorten en hamers.

Terug in de klas staan er potten water en houten blokken met verfpotjes op tafel. Een paar meiden delen sponsjes en kwasten uit, een jongen loopt rond met grote vellen schilderpapier.

‘Wat gaan we schilderen?’ roept een kind. ‘Ga eerst maar even rustig zitten’ zegt de leerkracht. Na wat geroezemoes en geklets wordt het stil. De leerkracht kijkt de klas rond. Dan begint ze: ‘Weten jullie nog? Het reusachtige houten paard werd door de nietsvermoedende inwoners van Troje binnengehaald…..’. De kinderen knikken en gaan iets meer rechtop zitten. Stil, verwachtingsvol.