Onderwijs

Brede persoonsvorming

De vrijeschool heeft als uitgangspunt: onderwijzen is ook opvoeden. Onderwijs gaat verder dan alleen goed leren lezen of rekenen. Onderwijs staat ook in dienst van de persoonsvorming, zowel individueel als in relatie tot de sociale gemeenschap. De vrijeschool wil in het leven van een kind van betekenis zijn.

Ieder kind heeft van zichzelf bepaalde talenten. De vrijeschool wil dat het kind deze kan ontdekken en ontwikkelen. Dat vraagt om onderwijs dat verbreedt en de ontwikkeling van een vrije persoonlijkheid aanmoedigt in cognitiviteit, inventiviteit, originaliteit en creativiteit.

Leeftijdsfasen

Binnen het vrijeschoolonderwijs is de ontwikkeling van het kind de leidraad. Kinderen doorlopen verschillende fases in hun jonge leven. Daar worden het onderwijs en de lesstof op afgestemd. Zodat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. In drie leeftijdsfasen van zeven jaar worden de kinderen tegemoet getreden.

Jonge kinderen zijn nog één met de omgeving. De ervaringen die zij daarbij opdoen komen nog diep binnen. Zij dienen daarin behoed en beschermd te worden. Daarom brengen kleuters nog voornamelijk spelend - lerend de dag door. De tweede periode, de fase van schoolkinderen, kenmerkt zich doordat kinderen zo rond het 10e levensjaar zichzelf als eigen ik gaan beleven, los van hun omgeving. Kinderen in deze leeftijd ervaren de wereld vaak in beelden. Het leren komt voort uit die beelden en ervaringen. Jongeren ontmoeten graag de werkelijkheid zoals die is, waaraan zij hun vermogen tot oordelen kunnen vormen.

Vrijescholen bieden vanuit hun leerplan en in ieder leerproces daarmee begeleiding aan de ontwikkeling van leerlingen in elk van de leeftijdsfasen. Zo komen mensen van school die hun eigen evenwicht herkennen. In harmonie leven met hun omgeving, betrokken bij de maatschappij. Flexibele, weerbare mensen, die actief in het leven staan.

Leraar als voorbeeld

Wij vragen van onze leerlingen dat ze zich blijven ontwikkelen. Dat ze betrokken zijn en een open houding aannemen. Leerkrachten geven daarin het goede voorbeeld. Elke opvoeding is immers zelfopvoeding.

In de eerste fase van hun ontwikkeling krijgen kinderen van kleuterleerkrachten een omgeving geboden waar nagebootst kan worden in gewoontevorming, gedrag en bezigheden. De leerkracht is hierin zelf vaak bewust en onbewust een middelpunt. Leerkrachten in de tweede fase dragen een voorbeeldfunctie in hun verhouding tot de wereld. Ze vertegenwoordigen voor de schoolkinderen de maatschappij en hoe je daar van binnenuit mee om kunt gaan in al haar facetten. Leerkrachten in de derde fase worden door jongeren gevolgd in hun existentie, hun passie en voorkeuren.

Vertrouwen

De vrijeschoolleerling krijgt de kans zich verbonden te voelen met zijn omgeving en zijn tijd.

Dichtbij in de zin van klasgenoten, ouders, leraren, gezin en school, waarin het geheel altijd meer dan de delen kan worden. Verder weg in maatschappij, land, wereld en wereldgeschiedenis. Het biedt vertrouwen om meer en meer zicht te krijgen op het feit dat je als mens een plaats hebt in het universum en ertoe doet. Dat je onderdeel uitmaakt van een groter geheel, waarin jouw eigenheid een plek krijgt.

Toekomst

Leerlingen van de vrijeschool worden voorbereid om te kunnen gedijen in een snel veranderende wereld. Zodat ze als zelfstandige mensen volwaardig en creatief deel kunnen nemen aan de maatschappij van de toekomst.

We willen dat leerlingen zich gewild en gezien voelen en dat ze leren op zichzelf te vertrouwen binnen hun beschermde omgeving. De school draagt bij aan de verbreding en verdieping van hun interesse voor de maatschappij en de wereld. Van jongs af aan worden ze als volwaardig deelgenoot aan hun eigen leerproces benaderd in de driehoek ouder, kind en leerkracht.

Creatief proces

Op de vrijeschool is leren een creatief proces, dat ruimte biedt aan authenticiteit, spontaniteit en situationeel handelen.

De vaardigheden om op die manier te leren, ontwikkelen we ook door veel aandacht voor kunstzinnige vakken als schilderen, handenarbeid, handwerken, muziek en toneel. Leren dient de leerling ruimte te bieden voor originaliteit. Voor een eigen inbreng. De vrijeschool staat voor onderwijs dat leerlingen prikkelt in hun creativiteit. Waardoor leerstof een levende, bewegende wereld wordt

Periodeonderwijs

Vrijescholen werken vanuit een mensbeeld. Een visie op de mens, bestaande uit lichaam, ziel en geest. Die visie uit zich in een geïntegreerde onderwijsaanpak. Een aanpak waarbij het aanbod van de lesstof aansluit op zowel de innerlijke ontwikkeling van het kind, als op vragen die het kind vanuit de buitenwereld bereiken. Integratie van de leerstof vindt plaats in de hersenen.

Periodeonderwijs geeft de leerlingen vanaf groep 3 (de eerste klas) de gelegenheid zich gedurende een aantal weken in de eerste twee uren van de dag te verbinden met lesstof over één onderwerp. Dat wordt inhoudelijk verdiept en vanuit verschillende kanten aangevlogen. Zo’n periode biedt bij uitstek de gelegenheid om de geboden stof te verwerken. In wisselwerking met de leerlingen ontwerpt de leerkracht de periode, waarbij zijn rol verschuift

van expert naar adviseur naar begeleider. Wat eigen is gemaakt, vindt zijn vervolg in vaklessen of werkuren om geoefend, geuit en geautomatiseerd te worden. Een geïntegreerde manier van lesgeven, die aan het eind van de periode leidt tot het eigen maken en kunnen presenteren van deze stof.

Euritmie

Vrijeschoolonderwijs vraagt kinderen zich open te stellen. Naar andere leerlingen, naar leerkrachten en naar zichzelf. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor het klassikaal gegeven vak euritmie.

In deze bewegingsvorm komen klank, ritme en woord samen. Euritmie verbindt, stimuleert de sociale samenhang, maar zorgt er bovenal voor dat kinderen zich openstellen voor de eigenheid in relatie tot de ander en de omgeving. Op basis van deze ervaringen ondersteunt dit vak alle andere vakken en vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van het vrijeschoolonderwijs.

Jaarfeesten

De vrijeschool hecht aan de wijsheid van de natuur en het ritme van de seizoenen.

Op de vrijeschool wordt het jaarritme van de natuur gevolgd. Door het vieren van jaarfeesten worden kinderen zich bewust van het jaarverloop en stimuleren we verbondenheid met de natuur.

Voorbeelden van jaarfeesten zijn het Michaëlsfeest, Kerstmis, Pasen en Sint Jan, Sint Nicolaas, carnaval, palmpasen en Pinksteren. Ook is er aandacht voor jaarfeesten uit niet-westerse culturen.