Vrijescholen vragen daarbij aandacht voor de volgende vraagstukken:

1. Keuzevrijheid voor ouders en kinderen

Er moet ruimte blijven voor ouders met hun kinderen om iets te kunnen kiezen in het onderwijs. Die keuzevrijheid is een groot goed in Nederland.

2. Toenemende vraag naar vrijeschoolonderwijs

Er moet meer ruimte komen om nieuwe vrijescholen op te richten om zo aan de toenemende vraag naar vrijeschoolonderwijs te kunnen voldoen.

3. Doorgaande leerlijn van de vrijeschool

Vrijescholen willen meer ruimte krijgen om de eigen doorgaande leerlijn beter te kunnen vormgeven in de praktijk.

4. Keuzevrijheid bij toetsen & toetsing

Vrijescholen willen meer keuzevrijheid bij toetsen, toetsing, examinering en verantwoording in een vorm die past bij het vrijeschoolonderwijs.

5. Soepele omgang bevoegdheidsregels

Vrijescholen vinden dat de pedagogische kwaliteit leidend moet zijn en dat bevoegdheidsregels daarbij geen belemmering moeten vormen.

Pleidooi downloaden
Ruimte en vertrouwen

Hieronder staat een nadere toelichting op de bovengenoemde punten. Deze informatie is ook beschikbaar als PDF.

Bekijk in PDF

1. Keuzevrijheid voor ouders en kinderen

Artikel 23 van de Grondwet regelt de vrijheid van onderwijs in Nederland en is het fundament van een divers onderwijslandschap. Zowel scholen in het openbaar als het bijzonder onderwijs worden bekostigd en beschermt via dit artikel. Daardoor hebben ouders en hun kinderen iets te kiezen in het onderwijs. Die keuzevrijheid is een groot goed in Nederland en past bij een kleurrijke en pluriforme samenleving, waarin mensen de vrijheid hebben om hun eigen leven vorm te geven. Dat begint bij het onderwijs.

De vrijheid van onderwijs staat weleens ter discussie wanneer scholen tekortschieten of wanneer incidenten zich voordoen. Dan wordt te snel gediscussieerd over artikel 23, terwijl er altijd wettelijke manieren zijn om tekortkomingen in het onderwijs aan te pakken. Vrijheid gaat altijd samen met verantwoordelijkheid.

2. Meer ruimte voor groei van vrijeschoolonderwijs

De Vereniging van vrijescholen wil meer stichtingsruimte voor vrijescholen, zowel in het po als in het vo. De Vereniging ondersteunt sinds 2011 initiatiefgroepen in het complexe proces van initiatief tot oprichting van een vrijeschool, en heeft zodoende flink wat kennis over de vraagstukken die in de praktijk spelen opgebouwd; onder meer over bekostiging, stichtingsnormen en huisvestiging.

Het is mooi dat het ministerie van Onderwijs met de wet ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’ aandacht heeft voor de keuzevrijheid van ouders (ouderbetrokkenheid) en de diversiteit in het onderwijs. Het wetsvoorstel neemt niet alle belemmeringen weg voor initiatiefnemers van nieuwe vrijescholen.

3. Herstel doorgaande leerlijn en uitstel keuzemoment

De Vereniging zet zich in voor herstel van de doorgaande leerlijn van de vrijeschool, aansluitend bij de hernieuwde aandacht voor de brede brugklas, tienercolleges en de pilots rondom het verlengen van de basisschooltijd. Vrijescholen gaan uit van een doorlopende leerlijn van 4 tot 18 jaar. Tot het jaar 2000 hoorden de 7e en 8e klas van een vrijeschool bij het po, en pas dan volgde het keuzemoment voor het schoolniveau. Na 2000 werden vrijescholen gedwongen deze constructie los te laten en werden de klassen ondergebracht in het vo. Actuele ontwikkelingen laten zien dat er een bredere consensus is over de voordelen van het uitstellen van een schooladvies. In de hernieuwde aandacht voor het verlengen van de basisschooltijd ziet de Vereniging van vrijescholen een erkenning voor de opvattingen van de vrijeschool.

De Vereniging vraagt om ruimte bij de bekostiging van de doorgaande leerlijn. Daarnaast vraagt zij om omvorming van de pilot 10-14 scholen naar beleid, dat ruimte biedt aan scholen om hun onderwijspraktijk vorm te geven. Wat betreft de bekostiging: het is momenteel niet toegestaan om po-middelen te besteden aan vo-onderwijs. Ook vragen wij om ruimte wat betreft bevoegdheden van leraren. De scheiding tussen de bevoegdheden voor po en vo is niet bevorderlijk voor de organisatie van een doorgaande leerlijn. De Vereniging van vrijescholen pleit voor het beter vormgeven van financiële ontschotting in het onderwijs.

4. Meer keuzevrijheid bij toetsen & toetsing

De Vereniging streeft naar meer keuzevrijheid bij toetsen, toetsing, examinering en verantwoording in een vorm die past bij het vrijeschoolonderwijs. Dat betekent: passend bij de brede onderwijsopdracht zoals wij die ervaren in kwalificeren, socialiseren en subjectwording. In het po wil de Vereniging dat indicatoren van onderwijskwaliteit breder zijn dan alleen de toetsresultaten op taal en rekenen. Vrijescholen hebben daarbij meer keuzevrijheid bij het (zelf) ontwikkelen en afnemen van toetsen.

In het vo is een schoolexamen hét examen waarmee de school kleur bekent en eigen keuzes zichtbaar maakt. Daarnaast: met keuzevrijheid om schoolexamens zelf te ontwikkelen en af te nemen, komt er aandacht voor eigenschappen die leerlingen hard nodig hebben in hun verdere leven, maar die niet goed toetsbaar zijn. Denk daarbij aan de kwaliteit van samenwerking, planningsvaardigheden en doorzettingsvermogen. Dit is alleen mogelijk wanneer het schoolexamen losgekoppeld wordt van het centraal examen.

5. Ontschotting bevoegdheidsregels voor leraren

Soms werken er ‘scheefbevoegde’ leraren op vrijescholen, onder meer door de krapte op de huidige arbeidsmarkt. Ook is het een gevolg van de pedagogische visie en aanpak van de vrijescholen. Daarbij maakt én geeft de leraar zelf onderwijs. Klassenleraren op de vrijeschool geven periodeonderwijs in meerdere vakken, waarbij vaak vakoverstijgend wordt gewerkt. Het is niet realistisch om voor ál deze vakken een bevoegdheid te halen en daarbij is periodeonderwijs een essentieel onderdeel van de vrijeschoolpedagogiek. De verwevenheid van vakken wordt overigens opbouwend genoemd in het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032.

De Vereniging vindt dat de pedagogische kwaliteit leidend moet zijn en dat bevoegdheidsregels daarbij geen belemmering moeten vormen. Daarom pleit de Vereniging van vrijescholen voor een soepelere omgang met de bevoegdheidsregels in het funderend onderwijs.