Het vraagstuk van inclusie en diversiteit is vooral gunnen, ruimte geven en willen geven en durven iets van jezelf in te leveren.Saniye Çelik, oud-lector Diversiteit Hogeschool Leiden
‘Ik zie rond in de wereld…’ met die woorden beginnen vrijeschoolleerlingen hun dag. Vrijescholen streven ernaar dat alle leerlingen, leraren en ouders zich thuis voelen op school, zichzelf mogen zijn en zichzelf en de diverse samenleving kunnen herkennen in het onderwijs. Dat vraagt in ieder tijdsgewricht iets anders. Dit thema gaat in op diversiteit en het streven naar inclusief vrijeschoolonderwijs. Welke initiatieven om inclusie te bevorderen bestaan er al en hoe kunnen scholen en leraren stappen zetten? Dat lees je in dit thema.
Diversiteit en inclusiviteit hebben momenteel brede maatschappelijke aandacht. Het risico bestaat dat de begrippen door elkaar worden gebruikt. Waar spreken we eigenlijk over als we het hebben over diversiteit en inclusie?
Diversiteit
Diversiteit betekent verscheidenheid en gaat over de mix van verschillen tussen mensen. Dat kunnen zichtbare verschillen zijn zoals leeftijd, sekse, huidskleur of lichamelijke beperking. Maar ook onzichtbare verschillen, zoals sociaaleconomische achtergrond, afkomst, gender en seksuele geaardheid, culturele achtergrond, levensbeschouwing, religieuze en politieke overtuiging en geestelijke beperkingen.
Inclusie
Inclusie gaat over hoe je omgaat met de verschillen tussen mensen. Als verschillen tussen mensen er mogen zijn en worden gerespecteerd, dan spreken we van inclusie. Inclusie zegt dus iets over hoe mensen met diversiteit omgaan en is tegengesteld aan uitsluiting. Of zoals de Amerikaanse Verna Myers, VP Inclusion and Strategy bij Netflix, het uitlegt: ‘Diversiteit is uitgenodigd worden voor een feestje. Inclusie is gevraagd worden mee te dansen.’ Velen voegen daar het element van gelijkwaardigheid aan toe: ‘Inclusie is niet alleen mogen meedansen. Het is ook mee mogen bepalen op welke muziek.’ Iedereen heeft een verhaal en iedereen mag er zijn met diens eigen verhaal.
Op de eerste vrijeschool, opgericht in Stuttgart in 1919, zaten kinderen van fabrieksarbeiders en van directeuren bij elkaar in de klas. Dat was voor die tijd een ongehoord diverse samenstelling.
Sinds 1919 heeft het vrijeschoolonderwijs zich over de hele wereld verspreid. De internationale Waldorf100-films, die gemaakt zijn voor de viering van 100 jaar vrijeschoolonderwijs wereldwijd, illustreren hoe diversiteit overal ter wereld binnen de vrijeschoolpedagogie weerspiegeld wordt.’
Het uitgangspunt van hedendaags vrijeschoolonderwijs is in de basis dan ook inclusief. Dat zit zo: het vrijeschoolonderwijs gaat uit van de idee dat elk kind met een eigen ontwikkelingspotentieel op aarde komt. Aan de leraar de taak dit potentieel te herkennen en aan te spreken. Pas dan kan het kind zich ontwikkelen tot een zelfstandig individu dat op basis van zijn authenticiteit, oordeelkundigheid en innerlijke vrijheid kan denken, voelen en handelen. Daarmee ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de lerarenteams.
De pedagogische opdracht van het vrijeschoolonderwijs is daarnaast niet alleen op persoonlijke of individuele ontwikkeling gericht, maar streeft juist ook maatschappelijke en collectieve doelen na. Zo speelt de verbondenheid met het grotere geheel waar de mens deel van uitmaakt een grote rol in het onderwijs, net als het in harmonie samenleven en -werken met de ander.