Opvoeden in de 21e eeuw betekent ook digitaal opvoeden, leren omgaan met gereedschap betekent ook leren omgaan met digitaal gereedschap.Christian Boettger, directeur van de Bund der Freien Waldorfschulen en Pädagogischen Forschungsstelle
Online media zijn niet meer weg te denken uit de samenleving. Een kind dat opgroeit in de 21ste eeuw zal vroeg of laat beeldschermen, digitale middelen en media tegenkomen. Het speelt, leert en ontspant ook in een digitale wereld en raakt steeds meer omringd door schermen en apparaten. In de digitale wereld vindt het informatie, laat het zich prikkelen en aan het denken zetten. Het kind staat in verbinding met anderen en vindt er ontspanning.
Media kunnen echter ook een bron van onrust vormen en zelfs verslavend werken. Niet voor niets gelden er sinds 2024 kerndoelen voor digitale geletterdheid.[1] Als een kind zich deels in een digitale samenleving ontwikkelt, is het zaak deze ontwikkeling in goede banen te leiden. Dit nieuwe ontwikkelingsvraagstuk klinkt ook door op de vrijeschool. Hoe kunnen wij kinderen voorbereiden op een digitale samenleving? En vooral: hoe blijven we daarbij trouw aan de pedagogische uitgangspunten van de vrijeschool? Dit zijn actuele vragen.
Alle scholen, ook vrijescholen, moeten digitale geletterdheid een plek geven in het curriculum. Bijvoorbeeld door te zorgen dat leerlingen kennis hebben van digitale technologie en digitale media en beschikken over vaardigheden om deze te gebruiken. Ook moet er aandacht zijn voor de wisselwerking tussen digitale technologie, digitale media, de mens en de samenleving. Het gaat er daarbij om dat leerlingen het vermogen ontwikkelen om zich als individu aan te passen aan de digitale wereld en hierover controle te hebben.
Voor vrijescholen kan deze opdracht best een uitdaging zijn. Het vrijeschoolonderwijs is namelijk in de basis gericht op de ontwikkeling van de wil, de fantasie en een scheppend denkvermogen. Daarvoor is het cruciaal dat kinderen contact maken met elkaar en met de tastbare wereld. Dat ze zich kunstzinnig leren uitdrukken met natuurlijke materialen. In alle jaarlagen hechten vrijescholen daarom veel waarde aan de directe, zintuiglijke ervaring van de wereld. Kinderen leren door te ervaren, te doen, en te voelen. Zeker bij jonge kinderen waar de focus ligt op het ontwikkelen van het lichaam, de zintuigen en de motoriek is dit directe contact met de tastbare wereld belangrijk. Zij leren immers door nabootsing van de wereld en van anderen. Leraren vertellen verhalen die hun verbeeldingskracht prikkelen en leren over goed en kwaad, respect en doorzettingsvermogen. Bovendien draagt het werken met echte materialen bij aan de ontwikkelingen van de grove en fijne motoriek en de impulsbeheersing.
Ook in latere jaren en op de middelbare school neemt de ontmoeting met de fysieke wereld een belangrijke plaats in. Door zelf te maken, te bouwen en samen te werken met klasgenoten leren leerlingen zich te verhouden tot zichzelf, de wereld en anderen. De gedachte is dat het werken met echte materialen zoals hout en klei bijdraagt aan de ontwikkeling van de wilskracht en kunstzinnige vorming.
Met dit in het achterhoofd is het niet gek dat veel vrijescholen terughoudend zijn in het toelaten van digitale middelen en media. Want media hebben invloed op al deze gebieden. Niet alleen kan veelvuldig beeldschermgebruik de fysieke en motorische ontwikkeling van kinderen belemmeren. Ook de ontwikkeling van taal, zintuigen en concentratie loopt een risico.[2] Daarnaast bestaan er zorgen over de invloed van digitale media op de creatieve, sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen. Zijn games en filmpjes niet de vijand van de fantasie en zijn sociale media een bedreiging voor menselijk contact? Het zijn zorgen die niet alleen binnen de vrijeschool klinken. De risico’s van de toenemende technologisering zijn een belangrijk onderwerp van een breed maatschappelijk debat.
Ruim honderd jaar geleden waarschuwde Steiner al voor de ontmenselijkende invloed van technologie. Maar hij benadrukte ook dat de mens zich niet moet afsluiten voor de moderne wereld. Deze neiging zou volgens hem alleen maar van ‘spirituele lafheid’ getuigen (Steiner, 1914). De uitdaging is om leerlingen zowel te beschermen als weerbaar te maken tegenover technologie. Het doel van de vrijeschool is immers om leerlingen op te leiden tot sterke, zelfbewuste, authentieke individuen die in vrijheid hun plek kunnen vinden in de samenleving.
Het onderwijs wil bij jonge mensen interesse en enthousiasme wekken voor de wereld, zodat ze zich verbonden voelen met hun omgeving en van daaruit verantwoordelijkheid kunnen en willen dragen en een bijdrage willen leveren aan de samenleving.[3] Dit wordt ook wel de ik-ontwikkeling genoemd.
[3] Vereniging voor Vrijescholen, z.d.
In de 21ste eeuw vindt deze ik-ontwikkeling plaats binnen een digitale samenleving en in een digitale wereld. Het betekent dat leerlingen moeten leren hoe zij in vrijheid en op een mensgerichte, creatieve manier kunnen werken met digitale middelen. Daarnaast moeten zij net als in een uitsluitend fysieke wereld ontdekken wie zij zijn. Hoe ga ik in vrijheid en met verantwoordelijkheid om met deze wereld? Hoe verhoud ik mij tot vrienden, influencers en anderen die ik online tegenkom? Hoe ga ik kritisch en bewust om met de stroom aan informatie die op mij afkomt? In de digitale wereld kan een leerling een heel ander ik (of zelfs ikken) presenteren dan offline. Dit geeft vrijheid om te experimenteren met identiteit.
Daarnaast kunnen sociale media ook een negatieve invloed hebben. Van onzekerheid over het eigen uiterlijk tot het klakkeloos geloven van influencers die allerlei middeltjes aanprijzen. Apps en games worden zo gebouwd dat ze het ‘ik’ voortdurend verleiden om langer online te blijven. Zelfregulering, of autonoom gebruik van digitale middelen, is daardoor nóg moeilijker voor het tienerbrein.[4]
Kortom: Aan de ene kant is er een legitieme neiging om kinderen te beschermen tegen de effecten van digitale technologie en media. Aan de andere kant hebben opvoeders de verantwoordelijkheid om kinderen weerbaarheid, enthousiasme, nieuwsgierigheid en daadkracht voor te leven, ook of juist wat betreft technologie en het moderne digitale leven. Het gaat erom met inzicht te handelen: te weten wanneer het als opvoeder nodig is om beschermend te zijn en vanaf welke leeftijd hij kan beginnen om samen met de leerlingen bepaalde gebieden te verkennen.
[4] Naar: Zwanenberg, F. Eindverslag digitale geletterdheid Adriaan Roland Holst(2024).
De vrijeschool wil bijdragen aan de brede ontwikkeling van leerlingen. Dit houdt in dat vrijescholen zich niet alleen richten op kennisoverdracht en het behalen van doelen en meetbare resultaten (kwalificatie). Het onderwijs moet ook helpen om goed geïntegreerd deel te nemen aan de samenleving (socialisatie) en bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen (subjectificatie).
Hoe vertaalt dit zich tot digitale geletterdheid?
[6] BVS-schooladvies (2024), Wat je moet weten over de digitale wereld.
Om de zojuist beschreven brede ontwikkeling van leerlingen te begeleiden, richt het vrijeschoolonderwijs zich op een evenwichtige ontwikkeling van een helder denkvermogen (hoofd), een evenwichtig gevoelsleven (hart) en wilskrachtig handelen (handen). Hoe kan het denken, voelen en willen bij onderwijs in digitale geletterdheid worden aangesproken?
De ontwikkeling van het denken vraagt om het verwerven van kennis en begrip van de digitale wereld en digitale gereedschappen. Het verwerven van basale digitale kennis en vaardigheden en het leren gebruiken van digitale tools. Het doel: het ontwikkelen van een kritisch denkvermogen waarmee leerlingen digitale informatie en beelden op waarde kunnen schatten. Weten wat echt en nep is zodat zij zelf betekenis en richting kunnen geven aan hun online leven.
Voelen gaat over de emotionele verhouding van het ik tot de digitale wereld. Wie ben ik en hoe presenteer ik mij in een digitale omgeving? De emoties van leerlingen worden in de digitale wereld sterk beïnvloed door hun online ervaringen en de beelden die ze tegenkomen. Sociale media en online platforms vormen een veilige plek om met gedachten en gevoelens te experimenteren. Ze kunnen gevoelens van sociale verbondenheid versterken terwijl ze in andere gevallen juist tot somberheid en negatieve gevoelens leiden. Bovendien hebben digitale media, in tegenstelling tot een boek, vaak ingebouwde versterkingsmechanismen waardoor zelfs jonge kinderen het scherm steeds meer willen gebruiken. Het ontwikkelen van een gezond gevoelsleven gaat hand in hand met gesprekken over persoonlijk mediagebruik, de digitale identiteit en reflectie op het eigen mediagebruik.
Willen betekent dat je digitale middelen kunt inzetten om problemen op te lossen, kunst te maken of een project op te zetten. Wilskrachtig handelen betekent in de digitale wereld dat je bewust en doelgericht omgaat met technologie. Het vraagt om het stellen van duidelijke grenzen en prioriteiten. Zo leren leerlingen digitale middelen in te zetten om doelen te bereiken, iets te organiseren of te maken in plaats van afgeleid te raken door passieve activiteiten.
AI, artificiële intelligentie, is technologie die systemen in staat stelt om taken uit te voeren die normaal menselijke intelligentie vereisen. Het kan een handig hulpmiddel zijn voor leraren en leerlingen. Zo kan AI leerlingen helpen een tekst te structureren of snel toegang tot kennis te krijgen. Tegelijkertijd is het risico dat gebruik van AI leerlingen remt in hun ontwikkeling tot zelfstandige en creatieve denkers. ‘Wanneer zij hun werk via een AI laten uitvoeren, missen ze de kans om cruciale vaardigheden te ontwikkelen, zoals kritisch denken en het vormen van een eigen mening.’ Scholen zullen na moeten denken over hoe zij AI op een bewuste en kritische manier inzetten, waarbij technologie een ondersteunende rol speelt in het leerproces en niet het doel op zich wordt. ‘We moeten ons steeds afvragen of de inzet van AI past bij onze pedagogische doelen. Het onderwijs draait immers niet alleen om het overdragen van kennis, maar vooral om de ontwikkeling van leerlingen als zelfstandige denkers. Dit vraagt om een bewuste pedagogische aanpak, waarbij de mens centraal blijft staan. De rol van de docent als iemand die leerlingen helpt om autonoom te denken, is belangrijker dan ooit.’[7]
[7]https://nivoz.nl/de-nood-voor-een-pedagogisch-baken-in-technologische-stormen/
Hoe kunnen leraren trouw blijven aan de waarden van de vrijeschool en leerlingen tegelijkertijd wereldwijs maken in de gedigitaliseerde samenleving? In deze paragraaf staan allereerst algemene handvatten. Vervolgens wordt toegelicht wat digitale geletterdheid betekent voor leraren in de kleuterklas, op de basisschool en de middelbare school. Tot slot wordt er stilgestaan bij de rol van scholen.
Goed onderwijs valt of staat bij de kennis en ervaring van de leraar. Je leert nu eenmaal niet koken van iemand die zelf nog nooit een gerecht heeft bereid. Dat geldt voor onderwijs in digitale vaardigheden ook. Sommige leraren hebben veel kennis over online media: zij zijn digitaal vaardig en weten welke invloed de digitale media hebben op de persoonsvorming. Voor andere leraren valt er nog veel te ontdekken. Voldoende kennis van de digitale wereld is essentieel voor goed onderwijs over dit onderwerp. Kennis van de mogelijkheden van ict, maar ook ervaringskennis van de digitale wereld waarin leerlingen zich begeven. Deze kennis kunnen leraren opdoen door zich te verdiepen in de achtergronden bij dit leerdomein. Bijvoorbeeld met de handvatten die SLO biedt of het speciale katern dat BVS-schooladvies ontwikkelde voor de vrije basisschool.
Daarnaast kunnen leraren de digitale wereld ook zelf actief gaan ontdekken. Wat is er zo leuk en ook verslavend aan games? Wat gebeurt er op sociale media en wat kun je zelf creëren met AI? Leraren die bekend zijn met de digitale middelen en de online wereld kunnen leerlingen helpen om beter te begrijpen hoe online media hen beïnvloeden en hoe ze daar veilig en verantwoordelijk mee om kunnen gaan. Daarbij is het goed om te bedenken dat leraren een voorbeeldfunctie vervullen. Niet alleen in het beheersen van instrumentele ict-vaardigheden, maar juist ook voor het uitdragen van digitale etiquette en omgangsvormen.[8]
[8] Demaret, N., Kessel, M., van, Rooyen, L., van, (2021). Rapport praktijkonderzoek Digitale Geletterdheid in het primair en voortgezet onderwijs.
Op de vrijeschool zijn de lessen niet alleen afgestemd op de ontwikkelingsfases. Er moet ook een goede balans zijn tussen denken, voelen en willen. De kunst is om lessen te ontwerpen waarin al deze gebieden worden aangesproken. Hoe maken leraren in een les mediawijsheid plaats voor kritisch denken, emotionele reflectie en actief handelen?

HERMMES is een Europees project dat vrijescholen helpt om kinderen en jongeren op een gezonde, bewuste en leeftijdsadequate manier te leren omgaan met digitale media en technologie. Ouders, leraren en onderzoekers werken samen aan lesmateriaal en een curriculum voor mediawijsheid, dat momenteel naar het Nederlands wordt vertaald en gekoppeld aan de Nederlandse kerndoelen.
Lees hier meer over het project.