
Met heldere redenaties wordt een eerste aanzet gegeven tot het abstracte denken dat zich de komende jaren zal ontwikkelen. Gedreven door feitelijkheid wil een zevendeklasser vaak samen ontdekkend leren.
Zevendeklassers gaan vaak aan op opdrachten waarbij zij feiten, woorden van bepaalde categorieën of voorwerpen moeten verzamelen. Dit soort opdrachten helpen bij het ordenen van een wereld die behoorlijk ongrijpbaar kan zijn. De leraar kan merken dat een zevendeklasser verwondering ervaart over de kunst van het eigen kunnen. Wanneer de leraar in dat geval ruimte biedt voor eigen ideeën van de leerlingen en een veelheid aan werkvormen aanbiedt, kan de honger in het willen ontdekken gevoed worden.
Het causale denken loopt als een rode draad door het curriculum van de zevende klas. Zo ontdekken leerlingen bij scheikunde via proefjes hoe vloeistof verkleurt óf gaat bruisen wanneer zij verschillende stoffen samenvoegen. Bij geschiedenis kan het gaan over de gevolgen van keuzes die mensen maakten in het verleden. Biografieën lenen zich hier goed voor.
Zo behandelt Hanneke van der Steen (Parcivalcollege, Groningen) in de context van wereldburgerschap biografieën van mensen van over heel de wereld. “Ik vertel bijvoorbeeld een biografie van een Syrische vluchteling en laat het verhaal dan als beeld staan en op het gevoel inwerken. De biografieën hebben als doel dat de leerling zich vanuit het gevoel met de wereld en de mensen die daarin leven, kan verbinden.”
Daarnaast sluiten periodes als ontdekkingsreizen en sterrenkunde goed aan bij klas zeven. Leerlingen verkennen op deze leeftijd hun eigen grenzen. Ze kunnen bijvoorbeeld een reisdagboek schrijven vanuit het perspectief van een ontdekkingsreiziger, onderzoeken welke uitdagingen zij tegenkwamen en nadenken over de gevolgen van deze reizen. Bij sterrenkunde verkennen leerlingen het universum door zelf waar te nemen. Ze onderzoeken de bewegingen van de sterren en de zon. Ook maken ze kennis met de dierenriem en ons zonnestelsel.

In de achtste klas ontwikkelt het causale denken zich tot een moreel en causaal-analytisch oordeelsvermogen. “Als ik iets doe, wat zou dan het gevolg kunnen zijn voor anderen, of voor de wereld?” Rond deze leeftijd verwerven leerlingen inzicht en overzicht over het verleden en zien ze wat er nog allemaal op hen afkomt. Zoals Scrooge in A Christmas Carol gespiegeld krijgt waar zijn houding en zijn handelen toe leiden, zo kan de achtsteklasser ook de invloed van zijn eigen houding en handelen gaan inzien.
De leraar kan binnen zijn vak aan de slag met lesstof en opdrachten waarbij het eigen handelen en de consequenties daarvan de aandacht krijgen. Biografieën vormen voor deze leeftijd opnieuw mooie lesstof. Daar kunnen verhalen uitrollen die aansluiten bij het causaal analytisch oordeelsvermogen dat in de achtste klas tot ontwikkeling komt.
Bij geschiedenis komen uitvindingen en ontdekkingen aan bod en de gevolgen daarvan voor de wereld van nu. Bij scheikunde kan de leraar de organische stoffen behandelen en de stoffen als resultaat van een (bewerkings)proces laten zien. Leerlingen kunnen zeep gaan maken of de werking van gist leren. Vanuit de aardrijkskunde verdiepen de leerlingen zich bijvoorbeeld in verschillende samenlevingen om zo te ervaren dat zij wereldburger zijn te midden van andere wereldburgers. Mensen van wie zij verschillen, maar met wie zij ook overeenkomsten delen.