Een mens is een mens door andere mensen.Desmond Tutu
In het vrijeschoolonderwijs spelen leraren een cruciale rol. Zij kennen de visie en achtergronden van de verschillende vakken en activiteiten in het curriculum. Zij verbinden zich dag na dag met hun leerlingen. Zij verzorgen onderwijs vanuit hun kennis en verbondenheid. Op hun manier, vanuit hun eigenheid. Kinderen hebben dat nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. In dit uitgangspunt zoomen we in op het contact tussen leerling en leraar. Kortom: wat is onderwijs van mens tot mens, waarom is dat belangrijk en wat heb jij nodig om onderwijs van mens tot mens te kunnen verzorgen?
Laten we eens uitgaan van de ideale situatie: zie je onderwijs van mens tot mens in de praktijk, dan zie je geïnspireerde mensen aan het werk. In de klas staan vitale leraren die zich fit voelen en vol toewijding betrokken zijn bij hun werk. Zij zijn trots op het werk dat zij doen en hebben het gevoel dat zij worden uitgedaagd.[1] Zichtbaar is het enthousiasme en soms ook de neiging om volledig in het werk op te gaan. Kortom: zij staan volledig in verbinding met hun leerlingen en de schoolomgeving. En net zo belangrijk: zij kennen hun eigen grenzen, weten wanneer het tijd is om weer op te laden en kennen de bronnen die hen brandstof geven. Zo kunnen zij ook de volgende dag, de volgende periode of het volgende jaar met nieuwe energie de leerlingen ontmoeten.
[1] Schaufeli, W. B., & Bakker, A. B. (2004). Bevlogenheid: een begrip gemeten. Gedrag & Organisatie, 17(2).
Het vrijeschoolonderwijs gaat uit van de idee dat de opgroeiende mens leert van het voorbeeld van de opvoeder, de leraar. Leerlingen ontwikkelen zich door zich aan jou te spiegelen. Welke voorbeeldrol dit precies is, verschilt per leeftijdsfase van de leerlingen, maar in alle fases speelt wie jij bent en wat je doet een belangrijke rol. Ieder mens en dus ook iedere leraar heeft immers een eigen stijl, een eigen taal een eigen ‘handschrift’.
Zoals een schilder een landschap op zijn eigen wijze zal vormgeven, zo geeft ook de leraar zijn lessen vorm. De schilder en de leraar maken allebei gebruik van hun scheppingskracht. De leerlingen zien hoe de leraar scheppend bezig is.
Wieke van Hoek bestudeerde voor haar afstudeeronderzoek voor de master Leren en Innoveren het thema vitaliteit in het vrijeschoolonderwijs. Zij legt uit dat ook de bevlogenheid van een leraar een rol speelt in zijn didactiek en pedagogiek: ‘Wie jij als leraar bent is van wezenlijk belang voor een gezonde verbinding tussen jou en de leerlingen. Het idee is dat leerlingen mogen leren van wie de leraar is als mens.’
Wieke van Hoek vertelt in een interview met Marijn Ruhaak over haar fascinatie voor en onderzoek naar het thema vitaliteit.
Interessant is om te bedenken dat een voorbeeldrol nog sterker is, als de leraar bewust vaardigheden of eigenschappen probeert te verbeteren. Daarmee krijgt de leerling het voorbeeld van hoe je als mens kunt groeien, een voorbeeld van de lerende mens.
Je kunt je voorstellen dat de vitaliteit die van jou als leraar uitgaat, invloed heeft op hoe de leerlingen zich voelen en zich ontwikkelen. Bedenk maar dat je als leraar in de kleuterklas een sfeer creëert waarin elk kind in een eigen tempo mag groeien. Het Duitse woord voor kleuterklas is “Kindergarten”, een tuin.[2] En de leraar is het voorbeeld. Deze is als de hovenier, heeft elke plant in de gaten, verzorgt de randvoorwaarden en zorgt voor een rustige en groeizame omgeving.
Ook voor pubers is de leraar nog steeds een belangrijk voorbeeld voor de leerlingen, ook al is het directe nabootsen er niet meer bij. De leerling krijgt nu van verschillende leraren les waardoor hij kan ervaren hoe verschillende volwassen zijn in hun doen en laten. Voor leerlingen geeft dit inzicht. Ze ervaren dat zij de vrijheid hebben om hun eigen voorbeelden te kiezen. Ook zien zij hoe volwassenen als individuen samenwerken om een organisatie draaiend te houden.[3]
[2] Dam, J. Van (2012). Menskunde, pedagogie en gemeenschapsvorming. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
[3] Zie ook Dam, J. Van (2018). De pedagogische wet. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.

Onderwijs van mens tot mens bestaat dus bij de gratie van de scheppingskracht van de leraar. En scheppingskracht is altijd afhankelijk van zijn schepper. Elke schepper, elke leraar, zal het gevoel herkennen dat je de beste lessen geeft op het moment dat je je uitgerust en geïnspireerd voelt. Maar ook op momenten dat je bijna radeloos bent en toch niet opgeeft. De momenten waarop je je autonomie kunt benutten en op een eigen wijze vorm kunt geven aan je lessen. Het zijn de dagen waarop je je competent en verbonden voelt en je écht onderwijs van mens tot mens kan verzorgen.
In de eerste plaats gaat het hier om het plezier dat je haalt uit je werk. Leerlingen die lekker aan het werk zijn, iets moois laten zien, ouders die blij zijn met wat je voor hun kinderen doet, het je onderdeel voelen van een fijn team van collega’s en samen de schoolorganisatie steeds beter maken. Dat je je geïnspireerd voelt door de visie van waaruit je werkt. Vaak haal je meer plezier uit je werk wanneer je ervaart dat je met een zeker en goed gevoel voor de klas staat, wanneer je je competent voelt.[5]
Daarnaast is de aanwezigheid van een relatie, oftewel de sociale verbondenheid met je omgeving, een andere belangrijke energiegever.[6] De sociale steun die je krijgt van je collega’s of leidinggevende, de feedback die je krijgt op je werk en het gevoel hebben gezien en gewaardeerd te worden, dragen bij aan je welbevinden en dus ook aan je vitaliteit.[7]
De vrijheid die je op een vrijeschool hebt om je werk naar eigen inzicht uit te voeren heeft een positieve invloed op je motivatie en is dan ook een volgende belangrijke bouwsteen van je vitaliteit. Je kunt jezelf en je eigenheid kwijt in het werk. Niet voor niets wordt autonomie als een van de basisbehoeften van de mens gezien.[8]
Samengevat zijn er drie belangrijke energiegevers waarmee je aan de slag kunt: autonomie,
competentie en verbinding.
[5], [6] en [8] Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The" what" and" why" of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological inquiry, 11(4), 227-268.
[7] Bakker, A.B., Demerouti, E., & Euwema, M.C. (2005). Job resources buffer the impact of job demands on burnout. Journal of Occupational Health Psychology, 10, 170-180. Bal, P.M. (2005). How work engagement influences performance: A diary study among pre-service teachers. Universiteit Utrecht: Doctoraal Scriptie.
Wat jij doet, zegt of niet zegt, de boodschap die jij uitdraagt maakt onderdeel uit van de schoolcultuur. Je zou jezelf eens de vraag kunnen stellen wat je zelf wilt uitdragen als leraar en wat je wilt dat de school uitdraagt. In hoeverre kun je bijdragen aan het uitdragen van deze boodschap?
Want zoals gezegd: Onderwijs van mens tot mens maak je samen. Het gaat om het beste in jezelf én de ander naar boven halen en als organisatie het beste in je leraren naar boven halen. Want alleen door het handelen van de leraren kan het onderwijs van mens tot mens levend worden én blijven en op die manier groeizaam zijn voor de leerlingen.