Breng leerlingen in aanraking met werelden waar zij uit zichzelf niet zo snel mee in aanraking zullen komen.Y. Sark en H. Nelis in: Motivatie binnenstebuiten (2017)

Inleiding

Verbinding is een sleutelwoord op de vrijeschool. Door ervaringen en activiteiten aan te bieden die klassenoverstijgend of schoolbreed zijn, werken leraren aan het vormen van een sterke gemeenschap. Het streven is dat de leerlingen zich gezien voelen en leren wat het is om mens te zijn tussen andere mensen en in deze wereld. In deze bouwsteen lees je over verbinding met jezelf, met de ander en met de wereld waarin je bestaat.

1 Wat is het en wat zien we?

Op de vrijeschool begint verbinding al bij de deur. Ook al is handen schudden er niet overal meer bij, een persoonlijke groet kan een leerling zeker verwachten. Zowel op de basisschool als middelbare school begint elke dag met het samen zeggen van een ‘spreuk’. Dat is niet alleen op de Nederlandse scholen zo, maar op alle vrijescholen over de hele wereld; dezelfde spreuk, elk in de eigen taal.

1.1 Klas als geheel

Bijzonder aan de vrijeschool is dat de leerlingen in de klas de kans krijgen elkaar echt te leren kennen. Leerlingen blijven de hele schooltijd zoveel mogelijk bij elkaar in de klas en trekken dus vaak jaren met elkaar als groep op. Zittenblijven gebeurt alleen als het niet anders kan, zodat de groep zoveel mogelijk samenblijft. De leerlingen volgen veel lessen als klas, gaan samen op kamp en werken gezamenlijk aan toneeluitvoeringen.

Ondertussen leren leerlingen zo om te leven in een wereld samen met andere mensen. Idealiter is dat in een klas waarin leerlingen met verschillende achtergronden en uiteenlopende talenten bij elkaar zitten. Zo kunnen leerlingen leren omgaan met verschillen tussen mensen (zie ook het thema Diversiteit & inclusie). Het is aan de leraar om een klimaat te scheppen waarin er een sociaal bewustzijn is en waarin er sprake is van sociale cohesie en een hechte groep. Op de vrijeschool worden veel lessen daarom klassikaal gegeven en ligt veel nadruk op het leren van elkaar en met elkaar.
Ondertussen leren leerlingen zo om te leven in een wereld samen met andere mensen. Idealiter is dat in een klas waarin leerlingen met verschillende achtergronden en uiteenlopende talenten bij elkaar zitten.

Daarnaast viert de school als gemeenschap jaarfeesten, werkt het aan kooruitvoeringen en organiseert het andere schoolbrede activiteiten. Op de basisschool zijn er vaak een of meerdere keren per jaar schoolpresentaties waarbij alle klassen aan elkaar laten zien waar zij mee bezig zijn.

1.2 Vaste klassenleerkracht of mentor

De klassenleerkracht of mentor blijft als het kan enkele jaren verbonden aan dezelfde groep. Ook de vakleraren in het voortgezet onderwijs blijven liefst meerdere jaren aan dezelfde klas lesgeven. De gedachte is dat pedagogische relaties aan diepte en stabiliteit winnen wanneer zij de kans krijgen om gedurende een langere periode opgebouwd te worden. Ook kan de klassenleerkracht of mentor de dynamiek van de klas beter leren kennen en zowel de individuele ontwikkelingsbehoeftes van leerlingen als de relaties tussen de leerlingen onderling ondersteunen. Samen met eventuele vakleraren kan hij de leerling dan zo goed mogelijk begeleiden.

1.3 Verbinding met de natuur en de wereld

Behalve verbinding met elkaar is er ook aandacht voor de verbinding met de natuur, cultuur en de wereld als geheel. Leerlingen worden uitgenodigd om de wereld niet alleen te bestuderen, maar ook te ervaren en zich ermee te verbinden. Zo groeit gaandeweg het besef dat zij deel uitmaken van een groter geheel: van hun directe leefomgeving tot de samenleving en de wereld van nu én de toekomst.

1.4 Verbinding met de lesstof

Uiteraard is de verbinding met de lesstof belangrijk. Op de vrijeschool gebeurt dat onder andere via hoofd, hart en handen. Meer hierover lees je in de bouwsteen Pedagogisch-didactisch handelen.

1.5 Achtergrond en wetenschap

Ook binnen de wetenschap wordt sociale verbondenheid gezien als een belangrijke basisbehoefte van de mens.[1] Voor leerlingen betekent dit dat zij zich verbonden voelen met hun omgeving, zich gezien weten en vertrouwen kunnen ontwikkelen in de mensen om hen heen. Leerlingen willen graag bij de groep horen, zich gewaardeerd en gezien voelen. Niet alleen door de kinderen uit hun klas, maar ook door de (klassen)leraar. Pas dan zullen zij vragen durven te stellen en niet bang zijn om fouten te maken.[2] Dat is al winst, maar een goede sociale verbondenheid voedt ook de intrinsieke motivatie. En de effecten van intrinsieke motivatie zijn heel wat duurzamer dan extrinsieke motivatie.[3]

Daarnaast maakt sociale verbondenheid dat mensen iets voor de ander of de wereld willen betekenen. Ook maakt het dat een leerling de wereld durft te verkennen.[4] Leerlingen die warme relaties hebben ervaren, gaan bovendien in hun latere leven vaak beter om met stress, vertonen minder risicogedrag en hebben minder kans op langdurige werkloosheid.[5]

[1] Zie bijvoorbeeld Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2008). Facilitating optimal motivation and psychological well-being across life's domains. Canadian psychology/Psychologie canadienne, 49(1), 14.
[2] Verbeeck, K. (2010). Op eigen vleugels. Autonomie voor kinderen in het basisonderwijs. ’s-Hertogenbosch: KPC Groep in opdracht van het ministerie van OCW.
[3] Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). S_elf-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being_. American Psychologist, 55, 68-78.
[4] Rawson, M. (2014). The task and content of the Steiner-Waldorf Curriculum. Edinburgh: Floris Books.
[5] McGrath, K. F., & Van Bergen, P. (2015). Who, when, why and to what end? Students at risk of negative student–teacher relationships and their outcomes. Educational Research Review, 14, 1-17.

2 Wat betekent dat voor de leraar?

2.1 Hoe leraren zich verbinden

De mentaliteit/ denkwijze en houding van leraren bepalen voor een aanzienlijk deel het klimaat in een klas. Daarom is het belangrijk dat leraren leerlingen eerlijk en waardig behandelen, met respect voor en interesse in hen als individu. Dat kan met kleine dingen. Zo helpt het al als leraren wat over zichzelf vertellen. Ze geven dan iets van zichzelf prijs en ze geven ook gelijk het goede voorbeeld. Een voorbeeld zijn, is binnen de muren van de vrijeschool veel waard (zie hier). Uiteindelijk gaat het erom dat leraren de intuïtie voeden en weten wat de leerling nodig heeft om zich te ontwikkelen. Dit geeft de leerling vertrouwen en de mogelijkheid om sturing te geven aan het eigen leren, alleen of met de ander. Concrete handvatten om te investeren in goed contact:

2.1.1 Bewuste begroeting

Of de les nu begint of eindigt, bij de deur staat de leraar om de leerling te begroeten. Op die manier kunnen leraren steeds even contact maken met iedere leerling. Ze zien in welke stemming het kind binnenkomt en peilen hoe het na de les het lokaal verlaat.

2.1.2. Herhaling en ritme

Ritme en rituelen helpen een leerling om zich verbonden te voelen. Daarom hebben spreuken, het samen zingen en de jaarfeesten een belangrijke plek in het onderwijs. Leraren kunnen overigens zelf ook met rituelen aan verbondenheid werken. De begroeting aan de deur was daar al een voorbeeld van, maar ook met de spreuk aan het begin van de les benadrukken zij het samenzijn, het groepsgevoel. Het zorgt voor veiligheid. Meer hierover lees je in het thema Herhaling & ritme.

2.1.3 Inspelen op eigenheid van de leerlingen

Zoals gezegd blijven klassen als groep zo lang mogelijk bij elkaar en worden lessen dikwijls klassikaal gegeven. Leraren spelen in op de verschillende capaciteiten van de leerlingen door te differentiëren op allerlei terreinen. Het gaat om het aanspreken van de verschillende karakters, talenten, behoeften en belangstellingen.

Verbinding stopt niet bij de deur van het klaslokaal. Leraren zijn er vaak ook voor en na de les mee bezig. Zij blikken terug op hun les en stellen zichzelf bijvoorbeeld vragen als: heb ik elke leerling gezien, ook de stillere leerling die zich op de achtergrond houdt? En: Heb ik een beeld van hoe het met de leerling gaat?

2.2 De verbinding met de wereld stimuleren

De leraar kan de verbinding met de natuur en de wereld versterken door leerlingen de wereld te laten ervaren. Bij kleuters en eersteklassers kan dat door regelmatig naar een park, bos of (kinder)boerderij te gaan. Zo kunnen zij de elementen en de wisseling van de seizoenen aan den lijve ondervinden. Ook op de basisschool kunnen leerlingen veel naar buiten gaan en materialen uit de natuur verzamelen om in de klas te onderzoeken of mee te werken. In vakken als economische aardrijkskunde kan de leraar laten zien hoe leerlingen via hun ontbijttafel of kleding verbonden zijn met gebieden en mensen elders op de planeet. Ook verhalen van de leraar kunnen hierbij helpen.

In het voortgezet onderwijs kan de leraar de wereld in al haar facetten dichtbij brengen. Dat gebeurt niet alleen via een breed aanbod aan vakken, maar ook door verhalen, excursies, opdrachten buiten de school en schoolreizen met een historisch of maatschappelijk thema. Daarbij staat het beleven van de werkelijkheid centraal, naast het leren uit boeken of van een scherm. Ook de toekomst krijgt een plek. Zo kunnen leerlingen onderzoeken hoe ontwikkelingen als duurzaamheid, technologisering en individualisering hun leefomgeving beïnvloeden en op basis daarvan verschillende toekomstscenario's ontwerpen.

2.3 De verbinding met het zelf bij een leerling stimuleren

Een leerling kan de verbinding met zichzelf ontwikkelen door ruimte te krijgen voor eigen inbreng en de leerstof actief te verwerken. Leraren kunnen dit stimuleren door leerlingen de leerstof op een eigen manier te laten uitwerken. Een kunstzinnige verwerking is daarvan een voorbeeld, maar ook open vragen en opdrachten die uitnodigen tot zelfstandig denken, verwoorden en onderzoeken dragen bij aan de ontwikkeling van een gezonde verbinding met het zelf.

In het basisonderwijs kan dit al beginnen door leerlingen te betrekken bij hun eigen leerdoelen, bijvoorbeeld door samen te bespreken wat zij willen leren of waar zij extra in willen oefenen. Naarmate leerlingen ouder worden, kunnen de vragen persoonlijker en reflectiever worden. Denk aan vragen als: Wat wilde je vroeger worden? Hoe is dat veranderd? of Wanneer vergat je voor het laatst helemaal de tijd? Wat maakte dat zo leuk? Ook individuele gesprekken bieden ruimte voor dit soort zelfonderzoek en helpen leerlingen zichzelf beter te leren kennen.

2.4 De verbinding met de ander stimuleren

Vrijeschoolleraren stimuleren de verbinding met de ander eigenlijk aan de lopende band. Veel activiteiten en lesonderdelen vinden plaats in gezamenlijkheid, met de hele klas of in kleinere groepjes. Vaak leren de leerlingen tijdens deze opdrachten echt naar elkaar te luisteren en het spreken op elkaar af te laten stemmen. Heel concreet gebeurt dit bijvoorbeeld door samen brood te bakken in de kleuterklas of later een gedicht of een stuk proza te reciteren of discussietechnieken te oefenen.

Leraren kunnen de verbinding met anderen versterken door leerlingen bewust samen te laten werken. Bij groepsopdrachten kunnen zij leerlingen bijvoorbeeld laten nadenken over ieders talenten en welke rol daarbij past. Ook samen huiswerk bespreken, een toneelstuk maken of een gezamenlijke opdracht uitvoeren draagt bij aan het leren samenwerken. Door tijdens het proces stil te staan bij vragen als: Hoe verloopt de samenwerking? Wordt iedereen gehoord? en Hoe communiceren jullie met elkaar? Leren leerlingen niet alleen van de opdracht, maar ook van elkaar. Het is heel zinvol om expliciet aandacht te schenken aan hoe men met een ander communiceert. Binnen de klas, maar ook met ‘anderen’ daarbuiten. Gaat een leerling de verbinding met de ander niet aan? Dan is in eerste instantie de mentor de aangewezen persoon om met de leerling het gesprek hierover aan te gaan.

2.5 De verbinding met ouders

Vrijeschoolleraren spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van een kind. Een ouder van het kind zijn zij echter niet. Ouders kennen en zien hun eigen kind op een diep intuïtief niveau. Leraren zien vaak andere dingen dan de ouders en dat geldt andersom net zo goed. Om de ontwikkeling van het kind zo gezond mogelijk te maken, is de verbinding tussen beide partijen veel waard. Bijvoorbeeld door regelmatig met elkaar te spreken. Natuurlijk zullen leraren niet elke week met alle ouders om de tafel kunnen zitten. Verbinding met ouders vindt ook plaats tijdens oudergesprekken (al dan niet met het kind erbij), gezamenlijke avonden en activiteiten en via de klassenouders en de getuigschriften.

2.6 Wat leraren achter de schermen doen

Collega’s zijn onmisbaar in het werk van de leraar. Zeker in het voortgezet onderwijs met alle verschillende vakleraren staan zij als team samen om de leerling heen. Op veel vrijescholen zijn er om die reden regelmatig kind- en leerlingbesprekingen en werken leraren samen aan een getuigschrift.

Bronnen

  • Dam, J. van (2012). Menskunde, pedagogie en gemeenschapsvorming. Amsterdam, Uitgeverij Pentagon
  • Deci, E.L., & Ryan, R.M. (1985). Intrinsic motivation and self-determination in human behavior. New York: Plenum.
  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The" what" and" why" of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological inquiry, 11(4), 227-268.
  • Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55, 68-78.
  • Sark, Y., & Nelis, H. (2017). Motivatie binnenstebuiten: het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven studenten. Utrecht: Kosmos Uitgevers.
  • Snikkers, S. (2018). Heb je dit kind gezien?: Over de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen op de vrijeschool.
  • Taylor, E. (2013). Antroposofie, een inleiding. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
  • Wember, V. (2016). Wilsopvoeding. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.