Als leerlingen hier van hout een werkstuk maken, dan moeten ze soms ook dingen meten en dingen uitrekenen. Dat zijn de momenten waarop ze de verbinding moeten leggen tussen hoofd en handen.Elske Wildschut, Rudolf Steiner College Haarlem

Inleiding

Leraren op de vrijeschool kijken verder dan de cognitieve ontwikkeling en prestaties van leerlingen. Veel meer gaat het ze om de algehele groei naar volwassenheid, waarbij leerlingen op een goede manier kunnen samenleven met anderen en zichzelf verder weten te ontwikkelen. De antroposofische menskunde [i] - waarbij de mens onder andere wordt omschreven als een geheel van lichaam, ziel en geest - speelt hierbij een belangrijke rol. Dit roept vaak vragen op. Deze bouwsteen probeert daarom (in het kort) het mensbeeld te beschrijven.

[i] Met algemene menskunde wordt het totaal aan antroposofische inzichten in de mens bedoeld, zoals beschreven door Rudolf Steiner. Het boek Algemene menskunde als basis voor de pedagogie vormt het fundament van de ‘stoomcursus’ die Rudolf Steiner in 1919 gaf aan de eerste lichting vrijeschoolleraren. Hij gaat daarin uit van algemene antroposofische inzichten over de mens.
In de boeken: Opvoedkunst/ pedagogisch didactische aanwijzingen en Praktijk van het lesgeven/werkbesprekingen met leraren (uit diezelfde stoomcursus) verbindt hij de menskundige inzichten met de praktijk van het pedagogisch handelen. Leraren op vrijescholen bestuderen deze boeken/lezingen vaak gezamenlijk en laten zich erdoor inspireren bij het vormgeven van het onderwijs. Recentelijk heeft Valentin Wember enkele boeken geschreven waarin hij de algemene menskunde wat toegankelijker maakt voor de hedendaagse leraar. In Menschenkunde Verstehen van Schmelzer & Deschepper staan veertien essays gebundeld waarin Steiners voordrachten van de Allgemeine Menschenkunde vanuit hedendaagse wetenschappelijk perspectief inzichtelijk worden gemaakt.

1 Wat is het en wat zien we?

Voor mensen die al jaren bekend zijn met de vrijeschool, is het geen verrassing dat kleuters een vast dagprogramma volgen en er ook in het voortgezet onderwijs tot en met de examenklas terugkerende gewoonten zijn. Van het dagelijkse opruimlied bij de kleuters, tot gedichten opzeggen in de Duitse les: het zijn gebruiken die vanzelfsprekend onderdeel uitmaken van het vrijeschoolonderwijs.

Vraag je een leerling waarom het elke ochtend een spreuk zegt, dan zal het antwoord iets zijn als: ‘Gewoon, omdat we dat altijd zo doen. Omdat dat zo is op de vrijeschool’. Net zoals het volstrekt gewoon is dat er van kleuterklas tot eindexamenklas naast cognitieve vakken, volop aandacht is voor bewegen, handvaardigheid en kunst. Er is ruimte voor toneelstukken, kooruitvoeringen en je ziet overal gangen vol met schilderijen die door leerlingen zijn gemaakt. Ook binnen vakken als taal, biologie, natuurkunde en geschiedenis, zien we dat leerlingen veel tekenen en schrijven. Hoofd, hart en handen vullen elkaar aan bij het leren.

Maar waarom zeggen leerlingen en leraren elke ochtend een spreuk op? En waarom gaat er in het lesprogramma zoveel tijd naar kunst en handvaardigheid? Een antwoord als 'gewoon omdat het zo is' volstaat dan niet. Wie zich een dagelijks ritme van gewoonten en handelingen eigen wil maken, wil ook begrijpen waar die vandaan komen. Kortom: waarom doen leraren op de vrijeschool wat ze doen? En op welke visie is hun pedagogisch-didactische aanpak gebaseerd?

1.1 Door antroposofische ogen

Het antwoord ligt in de antroposofische levensbeschouwing waarop het vrijeschoolonderwijs gebaseerd is. De vrijeschool streeft naar meer dan cognitieve opbrengsten, en dat vraagt om onderwijs dat het hele kind aanspreekt, met hoofd, hart en handen. De antroposofische menskunde biedt leraren daarvoor een kader: zij reikt perspectieven aan om de mens en zijn ontwikkeling te bestuderen en helpt begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Niet als een methode of afvinklijst, maar als een manier van kijken waarbij leraren zich dagelijks verder ontwikkelen door te lezen, te observeren en met collega's in gesprek te gaan.

Een leraar hoeft daarvoor geen antroposoof te zijn. Of iemand zich spiritueel, humanistisch, religieus of juist niet-religieus oriënteert, doet er niet toe. Kennis van de antroposofie kan wel helpen om bepaalde aspecten van het vrijeschoolonderwijs beter te begrijpen en er een eigen weg in te vinden. Uiteindelijk gaat het niet zozeer om wat een leraar gelooft, maar om hoe die met leerlingen werkt. De gedeelde basis ligt in een pedagogische houding waarin het kind als geheel wordt benaderd, met aandacht voor hoofd, hart en handen. In deze bouwsteen komen de belangrijkste perspectieven uit de menskunde aan bod: het tweeledig, drieledig en vierledig mensbeeld. Deze begrippen worden binnen de vrijeschool gebruikt om naar kinderen te kijken en om bewuster af te kunnen stemmen op wat een leerling of klas op een bepaald moment nodig heeft.

1.2 Tweeledig mensbeeld: fysiek en geestelijk

De antroposofische menskunde beschrijft de mens als meer dan alleen zijn lichaam. Achter het tastbare en zichtbare lijf gaan heel wat gevoelens, gedachten, idealen en karaktereigenschappen schuil waardoor je in een bepaalde stemming bent en bepaalde beslissingen neemt. Dit wordt het tweeledig mensbeeld genoemd. De mens bestaat uit:

  • een fysiek deel en
  • een geestelijk deel.

Volgens de antroposofie ontwikkelt het geestelijke deel zich voortdurend verder, terwijl het lichaam tijdelijk is. Dat maakt het fysieke lichaam niet minder belangrijk: het geestelijke deel heeft namelijk een stevig en gezond lichaam nodig om zich in te kunnen ontwikkelen.
De gedachte is dat een kind vanuit de geestelijke wereld naar de aarde komt met een levensopdracht die het zelf heeft gekozen. Bij de geboorte gaat het een fysiek lichaam bewonen, maar ‘vergeet’ hij deze opdracht: de zin, het doel van zijn leven wordt een raadsel voor hem en voor de mensen om hem heen. De kunst is om dit doel gaandeweg weer te vinden.

Filosoof Jesse Mulder licht in de Podcast Antroposofie: visie op mens en wereld helder toe hoe dit proces volgens hem toegaat.

1.3 Drieledig mensbeeld: ‘lichaam, ziel, geest’ en ‘hoofd, hart, handen’

Binnen de vrijeschool wordt ook gesproken over lichaam, ziel en geest:

  • Het lichaam is het fysieke deel van de mens. Hoofd, hart en handen zijn daar onderdelen van.
  • Met de ziel wordt het denken, voelen en willen bedoeld: alles wat zich innerlijk afspeelt.
  • De geest wordt gezien als de eeuwige kern van de mens. [ii]

In de driegeleding komt de ziel er dus bij. Deze ziel werkt als een brug tussen de geestelijke en fysieke wereld: het kent de levensopdracht waarmee het kind vanuit de geestelijke wereld op aarde komt en probeert die vorm te geven in de wereld.
Binnen de vrijeschool wordt daarom ook wel gesproken over aandacht voor ‘het volledige kind’ of ‘het kind in zijn geheel’. Hiermee wordt bedoeld dat onderwijs niet alleen het denken aanspreekt, maar ook het voelen en het willen (handelen). Daarom wordt vaak gesproken over hoofd, hart en handen.

  • Het hoofd staat voor denken en begrijpen.
  • Het hart staat voor gevoel, beleving en betrokkenheid.
  • De handen staan voor ‘het willen’, dat tot uiting komt in het handelen en maken.

[ii] Zoals hoofd, hart en handen onderdelen zijn van het fysieke lichaam en denken, voelen en willen krachten in de ziel, zo zijn imaginatie, inspiratie en intuïtie vermogens van de geest.

1.4 Vierledig mensbeeld: fysiek lichaam, etherlichaam, astraallichaam, ik

Binnen de menskunde wordt de mens niet alleen beschreven in lichaam, ziel en geest, maar ook in vier lagen: het fysieke lichaam, het etherlichaam, het astraallichaam en het ik. Elk van deze lagen speelt een rol in de ontwikkeling van een kind, maar elk op een eigen moment.

  • Het fysieke lichaam is het zichtbare lichaam.
  • Het etherlichaam omvat alle processen die het fysieke lichaam in leven houden. Denk aan de bloedsomloop en de spijsvertering. Daarnaast omvat het alle gewoontes en ritmes en het aanleren of inslijten ervan. Bijvoorbeeld: als we onrustig raken omdat een verandering voor het gevoel te snel komt, dan is het het etherlichaam dat protesteert. Vaste gewoontes en een duidelijk ritme dragen bij aan een gezond etherlichaam. Daarom spelen herhaling en ritme een belangrijke rol op de vrijeschool. Ze geven kinderen rust en houvast.
  • Het astraallichaam heeft volgens de menskunde te maken met gevoelens, emoties, verlangens en stemmingen. Het helpt verklaren waarom kinderen soms sterk reageren, enthousiast zijn of juist onzeker worden.
  • Het ik heeft te maken met zelfbewustzijn en zelfsturing. Het stelt mensen in staat om keuzes te maken, zich in anderen te verplaatsen, zichzelf te beheersen en richting te geven aan hun leven. Volgens dit mensbeeld verbindt het ik de mens met de hogere geestelijke wereld, en worden zelfinzicht, zelfbewustzijn en echte creativiteit mogelijk. [iii]

[iii] Hans Stolp, Trouw 8-05-2020

1.5 De ontwikkeling van een kind

Binnen de vrijeschool wordt vaak gesproken over ‘de ontwikkeling van een kind’. Dat roept de vraag op hoe die ontwikkeling er volgens de menskunde uitziet. En voor leraren belangrijk: hoe kan een kind gedurende de schooltijd zodanig begeleid worden, dat het goed is voorbereid om als volwassene in de wereld te staan? Hierover gaat het in de bouwsteen ontwikkelingsfasen.

2 Wat betekent het voor de leraar in de praktijk?

Dat het vrijeschoolonderwijs voortkomt uit een bepaald mensbeeld klinkt abstract, maar betekent in de praktijk vooral dat de leraar voortdurend bewust bezig is met het eigen handelen in de klas.

Vragen als: “Hoe kan het etherlichaam van een kind verzorgd worden?” of “Hoe kan het astraallichaam gevoed worden?” kunnen vaag of zweverig overkomen. Maar ze kunnen ook praktisch gelezen worden: hoe kan er gewerkt worden met gewoontes, ritme en herhaling (etherisch), en hoe kan er omgegaan worden met gevoel, motivatie en beleving in de groep (astraal)? En vooral: hoe worden hoofd, hart en handen alle drie aangesproken in de lessen?

Van een leraar vraagt dit dat hij continue afstemt. Niet alleen op de lesstof, maar ook op de klas, het moment en op zichzelf. Soms is het zinvol vooral in te zetten op structuur, ritme en duidelijkheid. Op een ander moment juist om aan te sluiten bij wat er in de groep leeft. De kunst is om daarin bewust te schakelen en niet op de automatische piloot te werken.

Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk. Na een speelochtend in de kleuterklas moet er worden opgeruimd. Als er een bekend opruimlied ingezet wordt, herkennen leerlingen dat direct: dit is het moment om te stoppen met spelen en op te ruimen. Hier wordt bewust gewerkt met ritme, herhaling en herkenning. Of anders geformuleerd: het ‘etherische’ wordt aangesproken.

Dezelfde situatie kan ook anders benaderd worden. Bijvoorbeeld door te vragen: “Lukt het ons om de klas binnen dertig tellen op te ruimen? Daar zou ik echt heel blij van worden.” Dan wordt meer het gevoel en de motivatie aangesproken. De beleving van de groep wordt erbij betrokken, en hiermee dus het ‘astrale’.
Beide manieren zijn goed. Het gaat erom te leren schakelen tussen verschillende benaderingen, afhankelijk van wat de situatie vraagt.

Mensbeeld & Vrijeschoolkompas

In die zin zijn alle onderdelen van dit Vrijeschoolkompas terug te voeren op het mensbeeld:

Ook de andere thema’s in dit Vrijeschoolkompas zijn verschillende uitwerkingen van hetzelfde uitgangspunt: de mens in ontwikkeling.

Bronnen

  • https://devrijejuf.blog/2018/10/24/hoofd-hart-handen/
  • Schmelzer, A. & Deschepper, J. (1919). Menschenkunde Verstehen. Edition Waldorf
  • Steiner, R. (2014). Menskunde en opvoeding. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
  • Steiner, R. (2018). Algemene menskunde als basis voor de pedagogie. Utrecht: Ef & Ef Media.
  • Steiner, R. (2020). Menskunde, pedagogie en Kultuur. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
  • Wember, V. (2016). Wilsopvoeding. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
  • Wember, V. (2017). Menskunde verinnerlijken. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
  • Wember, V. (2019). Sociale vaardigheden in de Waldorf-pedagogie. Amsterdam: Uitgeverij Pentagon.
  • Wilmar, Jolien (2026), Podcast Antroposofie: visie op mens en wereld, aflevering 1 De basis van de antroposofie, te beluisteren op Spotify.